Een van onze vele charmante buurvrouwen leende ooit nietsvermoedend een salontafel uit aan een jonge knaap wiens naam wij uit respect niet wensen te vernoemen. Lang verhaal kort — u heeft ten slotte wel wat beters te doen: een decenium later kreeg ze deze ellende terug. Zij stortte van pure wanhoop haast helemaal in.
Begrijpelijk, ware het niet dat zij me met de laatste krachten die haar restten nog net wist op te bellen.
Hoewel ondertussen erg moeilijk te verstaan, was ik door een haast bovenmenselijke inspanning uiteindelijk toch bij machte de opdracht uit haar onsamenhangende gestamel te distilleren. Eerst hoorde ik “Laat deze falafel weer beven”, maar dat klonk al raar. “Breng deze tafel weer tot leven“, zo begreep ik luttele seconden later.
Hoe dan ook een kolfje naar onze hand.
En de buurvrouw? Die blaakt net zoals haar tafel weer van blozende gezondheid.
All is well that ends well.
